Over het project
Wie aan de Voedselbank denkt, denkt vaak aan kratten met boodschappen. Logisch ook. Maar wie een kwartier met Joke Cats praat, snapt meteen: het werk gaat over veel meer dan voedsel. Over waardigheid. Over meedoen. Over kinderen die wél iets leuks te vertellen hebben na de zomervakantie. En over een club vrijwilligers die al jaren draait als een familie. Joke is al sinds 2004 betrokken bij Voedselbank Maassluis. Eerst naast haar werk, later steeds meer in haar huidige rol als coördinator. En stoppen? Dat zit er voorlopig niet in. “Thuis zitten is ook niks,” zegt ze droogjes. “Het gaat niet alleen om voedsel,” zegt ze nog maar eens. “Er speelt veel meer.”
Voedselbank Maassluis ondersteunt momenteel 332 gezinnen uit Maassluis. “Dat zijn 1068 monden,” zegt Joke. “En dan tellen we de aanmeldingen vanuit Hoek van Holland nog niet eens mee.” Om alles logistiek rond te krijgen, is de Voedselbank alleen op vrijdag open. “Anders kunnen we het niet stroomlijnen om de benodigde spullen in de ‘winkel’ te krijgen.” En die winkel is een belangrijk woord, vindt Joke. “Eigenwaarde — dat zegt alles. Daarom zijn we blij dat we nu een winkelsysteem hebben. Spullen worden niet opgedwongen, mensen kunnen zelf kiezen. Het aanbod is wel veel kleiner dan in een supermarkt, maar het gevoel is zó anders.”
Genoeg voorraad blijft een uitdaging
Elke week voldoende voorraad regelen blijft een uitdaging. “Als je alleen al uitgaat van vijf basisproducten zoals rijst en pasta voor 332 gezinnen… dat zijn al meer dan 1500 producten die je iedere week nodig hebt.” Er zijn vaste samenwerkingen met supermarkten in Maassluis en Maasland, en in het seizoen komen er verse producten van de Voedselakker. Maar de rek zit er vaak in. “In Maassluis hebben we geen voedselverwerkende industrieën waar je kunt aankloppen. Daarom zijn inzamelingsacties en losse donaties heel welkom. Het is niet genoeg, maar we ontvangen het altijd met open armen.” Soms is bijspringen met inkoop de enige manier om tekorten op te vangen. Dankzij steun van het Fonds kan de Voedselbank dan producten inkopen die op dat moment nergens (genoeg) binnenkomen — “melk bijvoorbeeld.”
Er speelt zoveel meer
De keuze om verder te kijken dan voedsel is heel bewust gemaakt. “Want het gaat niet alleen over voedsel,” zegt Joke. “Er speelt veel meer. Van behoefte aan kinderkleding tot sociale uitsluiting. Kinderen hebben soms geen speelgoed — terwijl dat ook onderdeel is van ontwikkeling.” Ze vertelt hoe armoede doorwerkt in kleine, pijnlijke dingen. “Kinderen nodigen dan niemand uit om bij hen te komen spelen. Maar andersom worden ze ook niet vaak uitgenodigd. Dat geldt ook voor de ouders. Hun sociale netwerk is ook vaak maar klein.” Daarom kijkt de Voedselbank waar ze praktisch kan helpen. Er is veel vraag naar servies, bestek, beddengoed en keukentextiel. “We hebben wel grenzen moeten aangeven,” zegt Joke eerlijk. “We hebben geen opslagruimte, dus meubels kunnen we niet kwijt. Maar we kunnen mensen wel doorverwijzen.”
Samen sta je sterker
Joke benadrukt dat de Voedselbank niet op een eiland werkt. “We maken deel uit van een platform waar 26 organisaties bij betrokken zijn,” vertelt ze. “Bij elke bijeenkomst staat één organisatie centraal: wie zijn ze, wat doen ze, en waarom kunnen mensen bij hen terecht?” Dat netwerk is volgens haar goud waard. “Het geeft ons zóveel kennis. Als mensen bij ons aankloppen met een probleem dat verder gaat dan voedsel, kunnen we ze vaak snel naar het juiste ‘loket’ sturen.” En juist dat maakt het verschil, zegt ze: “Je hoeft niet alles zelf te kunnen. Maar je moet wél weten waar iemand wél geholpen kan worden.”
Mee kunnen doen
Naast de basis is er ruimte voor iets extra’s — juist voor kinderen. Voedselbank Maassluis organiseert een zomerprogramma: zes weken lang, elke woensdag, iets leuks. “Vorig jaar zijn we naar de film geweest, hebben we een voetbalclinic gedaan, en ook tasjes beschilderd met textielstiften.” Dankzij financiële steun (onder andere van het Fonds) kan zo’n dag compleet worden gemaakt. “Dan kunnen we ook zorgen dat iedereen een lunchpakketje heeft,” zegt Joke. “En uiteindelijk krijgt ieder kind ook een leuk gevuld rugzakje dankzij een inzamelingsactie.” Volgens haar is het effect groter dan één leuke middag. “Zo’n activiteit zorgt voor verbinding. Kinderen doen samen iets leuks en kunnen daar na de vakantie met plezier over vertellen op school.” En er is ook aandacht voor ouders. “We hebben een koffiehoek. Voor hen is het ook fijn om verbinding te maken.”
De familie achter de schermen
Achter de schermen draait alles op vrijwilligers. “We hebben er meer dan 80,” zegt Joke. “Sommige zijn al over de 80 jaar. En veel mensen zijn al 10, 15 of zelfs 20 jaar betrokken. Het is een hele familie geworden.” En dat is niet overdreven: zonder die ‘familie’ kan de Voedselbank simpelweg niet bestaan. “Vrijwilligers zijn de olie die de machine draaiende houdt,” zegt Joke. “Zonder hen kunnen we niets.”
Onzekerheid
Alsof het werk nog niet complex genoeg is, hangt er ook iets boven de organisatie: het pand wordt gesloopt. “We zijn met de gemeente in overleg voor een nieuwe locatie,” vertelt Joke. “Dat houdt ons ook even terug, omdat we niet weten wat er op een nieuwe locatie op ons afkomt. Moeten er nieuwe stellingen worden aangeschaft, dat soort dingen.” Maar één ding is zeker: of het nu in dit pand is of straks ergens anders — de missie blijft. “Het gaat niet alleen om eten,” zegt Joke. “Het gaat om mensen. En om waardigheid.”