Over het project
Het project Windkracht 95 werd opgezet met een heldere gedachte: kinderen die thuis in een financieel lastige situatie zitten de ruimte bieden om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Met koken, sporten, creatieve activiteiten en een vleugje cultuur kinderen laten ervaren wat er allemaal kan en ze een plek gunnen waar ze merken: ik hoor erbij, ik kan iets, ik mag er zijn. Met steun van onder andere het Fonds en de vrijwilligers van De Windwijzer kon Windkracht 95 jarenlang draaien, doorontwikkelen en uiteindelijk uitgroeien tot een aanpak waar meer uit voortkwam dan alleen het oorspronkelijke programma.
In het begin was de eerste stap heel praktisch: zorgen dat kinderen De Windwijzer überhaupt weten te vinden. “We zijn naar basisscholen gegaan en hebben groepen uitgenodigd om een keer te komen,” vertelt Miranda Hoogeveen, projectcoördinator Windkracht 95 bij De Windwijzer. “Zodat kinderen daarna zelf de route weten.” Dat werkte, zeker in de omgeving. “Op scholen rond De Windwijzer behoort zo’n 90% tot de doelgroep. En als ze eenmaal met de klas zijn geweest, dan gaat het leven.” Er ontstonden activiteiten die meteen de toon zetten: warm, samen en laagdrempelig. “We hebben bijvoorbeeld met een hele klas gekookt voor de vrijwilligers van De Windwijzer. Koken, eten en verbinden.” En daarna bleven kinderen terugkomen. Niet omdat het ‘moest’, maar omdat het klopte.
Talentontwikkeling met een plan
Windkracht 95 draaide om doen én ervaren: koken, sport, creatief, cultuur. “We gingen bijvoorbeeld ook naar een museum,” zegt Miranda. “Gewoon laten zien: dit bestaat ook, dit is ook voor jou.” Maar achter die activiteiten zat steeds iets groters: groeien in vaardigheden die je leven makkelijker maken. “Bij Windkracht 95 proberen we kinderen communicatieve vaardigheden mee te geven,” legt Miranda uit. “Niet alles is vanzelfsprekend. Dus we gaan het gesprek met kinderen aan. We leggen uit waarom iets op een bepaalde manier gaat — op een speelse manier. Dan ontstaat er begrip.” En minstens zo belangrijk: hoe kinderen naar elkaar leren kijken. “Niet naar de verschillen,” zegt Miranda, “maar naar wat je verbindt. Wat heb je met elkaar gemeen?” Ze geniet als ze ziet wat er dan gebeurt. “Kinderen kunnen daar zó anders naar kijken. Ze zien overeenkomsten op plekken waar je het niet verwacht.”
Een huiswerktafel (met kwebbelruimte)
Al snel merkte Miranda dat er meer nodig was dan leuke activiteiten. Er kwam vraag naar een rustige plek voor oudere kinderen. “We merkten dat er behoefte was aan een huiswerktafel,” vertelt ze. “Een rustige omgeving om huiswerk te maken, maar ook om vrienden te zien die misschien op een andere school zitten.” Het was een mooie mix van structuur en sociaal. “We overleggen vaak van tevoren met leraren wat het huiswerk is, zodat we ons kunnen voorbereiden en zeker weten dat het gebeurt.” En ze voegt er lachend aan toe: “Maar natuurlijk was er ook ruimte om even met je vrienden te kwebbelen.”
Ouders horen er ook bij
Waar kinderen landen, komen ouders vaak vanzelf mee. Eerst praktisch — brengen en halen — maar daarna inhoudelijk. “Ouders kwamen hier gelijkgestemden tegen en dan komen al gauw problemen ter sprake,” zegt Miranda. “Maar we wilden ervoor zorgen dat kinderen niet in die gesprekken werden meegenomen. Dit moest juist even een momentje voor de kinderen zijn, om uit de problemen te stappen.” Zo ontstond de Ouderkamer. “Onder begeleiding van een coach kregen ouders de gelegenheid om hun hart te luchten en echt in gesprek te gaan. Over uiteenlopende thema’s.” Er kwamen onderwerpen langs die voor veel gezinnen niet vanzelfsprekend zijn, maar wél belangrijk: “Zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur, en het belang van zwemlessen.”
De opbrengst zat niet alleen in informatie, maar vooral in verbinding. “Die Ouderkamer zorgde ervoor dat ze een netwerk kregen. Er werden verbindingen gelegd.” Ook tussen ouders en kinderen door activiteiten te organiseren die ze samen konden doen. “Soms hebben kinderen de omgekeerde rol in de ouder-kindrelatie. Volwassenen leunen dan veel op hun kinderen — zeker als je nieuwe dingen doet, in een taal die je misschien niet goed spreekt.” Gezamenlijke activiteiten en het creëren van een netwerk hielpen om die rollen weer gezonder te maken. “Een mooie uitdaging om de rollen weer terug te keren.”
Wat er allemaal uit voortkwam
Uiteindelijk werd Windkracht 95 een springplank naar meer. Miranda vond het belangrijk dat kinderen, als ze ouder werden, hun netwerk zélf konden blijven uitbreiden. “We zorgen dat kinderen weten waar ze terecht kunnen,” zegt ze. “Door ze te wijzen op activiteiten van andere partijen, zoals Stadslandbouw van Ruytenburch of Vlaardingen in Beweging. Als ze eenmaal zijn geweest, vinden ze vaak zelf de weg terug.” En soms ook weer naar De Windwijzer. Miranda: “De oudste kinderen komen nog steeds terug. Zo kwam een van de knullen naar een filmavond. Zijn moeder ging de film kijken en hij hielp de vrijwilligers. Dat is zó mooi.”
Er kwam zelfs een project uit voort dat vooral voor volwassenen grote waarde heeft: Luisterkracht. “Voor mensen van wie het leven sterk wordt beïnvloed door geldzorgen,” vertelt Miranda. Het is meer dan een praatgroep. “De aanpak is juist dat ervaringsdeskundigen in gesprek gaan met professionals en mensen die invloed hebben op beleid of besluiten. Zodat knelpunten zichtbaar worden en er ook echt iets kan veranderen.”
Pauze, nieuwe behoefte, nieuwe start
Eind vorig jaar drukte De Windwijzer even op de pauzeknop. “Er kwamen steeds meer te jonge kinderen mee,” vertelt Miranda. “Daardoor liep het programma zijn doel voorbij.” Er bleven nog wel maandelijkse activiteiten voor jongeren, maar er werd vooral opnieuw gekeken: wat is nú nodig? “Een project groeit,” zegt Miranda, “en als je dan een adempauze neemt, zie je dat dingen zijn veranderd.” Scholen hebben inmiddels meer naschools aanbod. Maar één groep bleef in beeld: kinderen van 10 tot 14 jaar, in die fase van toetsen, schoolkeuze en een nieuwe start. “We merkten dat er nog steeds behoefte is aan een plek waar vragen gesteld kunnen worden — aan elkaar, aan een professional.”
Daarom komt in mei een doorstart: Windkracht 95 3.0, voor 10 tot 14 jaar. “We beginnen met gastlessen in de Week van het Geld in samenwerking met SchuldHulpMaatje in groep 7 en 8, over omgaan met geld,” vertelt Miranda. Daarna volgt Windkracht 95 3.0 elke twee weken, met elke maand een thema. “Zodat als je na een bijeenkomst nog vragen hebt, je er de volgende keer op terug kunt komen.” Een werkvorm waar ze naar uitkijkt is Over de streep. “Dat maakt je bewust van jezelf én van anderen,” zegt Miranda. “Je ziet contrasten, maar ook overeenkomsten. Je komt uiteindelijk naast elkaar te staan — niet tegenover elkaar.” En hoe het uitpakt? Miranda klinkt nuchter en hoopvol tegelijk: “We zijn heel benieuwd. We gaan het zien.”